Achtergrondinformatie

Klassieke homeopathie is een natuurlijke geneeswijze die zich richt op het zelf-herstellend vermogen van het lichaam (en geest). Daar gaan een aantal principes aan vooraf, die ik hieronder graag aan je uitleg. Het is misschien nogal een verhaal, maar ik vind het belangrijk dat je (als je daar behoefte aan hebt) wat inzicht hebt in de basisprincipes van de homeopathie. Ik probeer het zo eenvoudig mogelijk uit te leggen, dus het is wellicht veel, maar hopelijk niet al te ingewikkeld. Er is ook een korte versie beschikbaar: klik dan hier.

De grondlegger van de homeopathie is Samuel Hahnemann (1755 – 1843). Hij was een arts/apotheker die zich vragen stelde bij de geneeswijzen van die tijd. Denk aan bloedzuigers, behandelingen met kwik en andere zware metalen, aderlaten en andere “middeleeuwse” praktijken 😉 Hahnemann raakte ervan overtuigd dat een andere geneeswijze mogelijk moest zijn. Hij ontdekte dat ziekmakende middelen ook kwalen kunnen genezen (zie verder). Het hoogste ideaal van genezen volgens Hahnemann was een snel, zachtzinnig en duurzaam herstel van gezondheid, op de kortste, betrouwbaarste en onschadelijkste wijze.

Principes die ten grondslag liggen aan de (werking van) homeopathie:

Het menselijk systeem heeft het vermogen om zichzelf te herstellen

Als je bij het aardappels schillen ook een stukje duim meepakt, verwacht je dat dat binnen afzienbare tijd is genezen. We doen daar in principe niets aan, hooguit een pleister tegen het bloeden.
Maar ook van ernstiger klachten is het goed mogelijk te herstellen, als er voldoende herstelkracht in het systeem aanwezig is. We vergeten dat nog wel eens en grijpen dan naar middelen die mogelijk meer kwaad doen dan goed. Maar als we durven vertrouwen op ons lichaam voor herstel, dan staan we soms verbaasd van wat mogelijk is.

Het kan echter zo zijn, om welke reden dan ook, dat het lichaam niet in staat is een adequate genezingsreactie te produceren, of om de klacht volledig te genezen. In dat geval stagneert het herstel en ontstaat een nieuwe toestand, waarin de klacht niet meer vanzelf overgaat. Een passend homeopathisch middel geeft het hele systeem een porretje, waardoor het zelf-genezend vermogen (opnieuw) op gang kan komen. Zo kan het lichaam dan het herstel afronden.

Het lichaam kan maar één aandoening tegelijkertijd ‘bevechten’

Iedere grote(re) klacht heeft de exclusieve aandacht van het lichaam nodig. Stel: je hebt een chronische ziekte en je krijgt daar een flinke griep overheen. Dan verdwijnen de chronische klachten tijdelijk uit beeld, terwijl het systeem bezig gaat met de bestrijding van het griepvirus. Zodra je daarvan hersteld bent, zullen de chronische klachten weer terugkomen als vanouds. In de tussentijd is die chronische aandoening niet weggeweest, maar sluimeren de klachten. De aandoening die het meeste (acute) gevaar oplevert voor het systeem, zal voorrang krijgen. Dus de sterkere ziekte wordt eerst bevochten.

Klachten ontstaan als gevolg van een genezingsreactie

Koorts is een mooi voorbeeld daarvan. We zijn in deze tijd al bijna gewend om bij koorts gelijk een paracetamol of ander koortswerend middel in te zetten. Maar, simpel gezegd: koorts zorgt ervoor dat ons verdedigingsmechanisme (cellen die de indringer aanvallen en neutraliseren) sneller paraat, en actiever is. De bloedvaten verwijden zich, waardoor het bloed sneller kan stromen en ons legertje sneller op de plaats van bestemming is. Daarbij vindt de indringer het heel fijn bij een normale lichaamstemperatuur van 37°C, maar bij 39°C krijgt-ie het al een beetje benauwd en wordt-ie trager. Daardoor kunnen de troepen hem ook beter bevechten. Mis je de herstelkracht om de indringer te bevechten, dan zul je ook minder of zelfs geen koorts kunnen ontwikkelen. Een ziekte kan daardoor heel anders (en mogelijk risicovoller) verlopen.

Koorts is dus een heel waardevol mechanisme in het beter worden, en het onderdrukken van koorts kan dan ook leiden tot complicaties van ziektes die het lichaam (in goede gezondheid) prima kan bevechten. Vanzelfsprekend zijn er situaties waarbij door verminderde weerstand of dergelijke, het heel verstandig kan zijn om koortswerende middelen in te zetten. Je mag van je homeopaat verwachten dat deze kritisch is op het ziekteverloop en doorverwijst en (indien mogelijk) samenwerkt met je huisarts.

Het gelijke geneest het gelijkende

Hahnemann ontdekte dat giftige stoffen ziektes kunnen (helpen) genezen waarvan de klachten gelijk zijn aan de klachten die je krijgt van het giftige middel. Anders gezegd: een middel dat bijvoorbeeld misselijkheid, braken en koorts kan veroorzaken, zal een ziektebeeld dat door die klachten wordt gekenmerkt, kunnen helpen genezen. Hij noemde dat Similia Similibus curentur: het gelijke wordt door het gelijkende genezen. De giftige stoffen nam hij in eerste instantie zelf in pure vorm in (dappere man), om te testen welke klachten het geeft, zodat hij het bij die klachten kon inzetten. Later is hij de gifstoffen gaan verdunnen, en ook gaan schudden, al weten we tot op de dag van vandaag niet waarom dát nou juist precies maakt dat homeopathische middelen krachtiger werken. Maar het is de combinatie van verdunnen én schudden die maakt dat het middel de juiste impuls kan geven om het lichaam (opnieuw) aan te zetten tot een genezingsreactie.

Hoe zijn deze principes nou precies van belang in de homeopathie?

Omdat het menselijk systeem maar één kwaal tegelijkertijd kan bolwerken, roepen we met een goedgekozen, passend homeopathisch middel eigenlijk dezelfde kwaal op, maar dan zó dat die ziekte nét iets sterker is dan de ziekte (kwaal) waar je voor kwam. Daardoor gaat het systeem met die ‘geneesmiddelziekte’ aan de slag; die is namelijk op dat moment sterker en verdient dus als eerste de aandacht. Bij de genezing van de opgewekte ziekte worden de eerdere symptomen (die hetzelfde zijn) dan in de slipstream meegenomen. Op die manier krijgt het systeem net dat zetje dat het nodig heeft om de (gestagneerde) genezingsreactie (verder) door te zetten.